Taka taka

‘Taka taka’, het betekent afval. Dat doen ze wel vaker in het Kiswahili, die verdubbeling:  ‘dalla dalla‘ is een busje, maar een motorfiets is dan weer een ‘piki piki‘, twee dingen die hier allesbehalve ‘pole pole‘ (kalmpjes aan) door de straten scheuren. Maar goed, afval dus. Je zal je afvragen wat daar nu over te zeggen valt.. Maar zoals Afrika mijn blik op de wereld heeft doen veranderen, gaf ook afval me een ander perspectief.

Het spreek vanzelf dat een Afrikaan een andere invulling heeft van het begrip. Als je niks hebt, dan is zelfs een plastic zakje een luxe. Tot grote spijt van de natuur want die krengen zie je hier overal: op de grond, in de bomen. Maar kleine kinderen maken er soms op hun eigen vindingrijke manier wel eens een voetbal van: hopen zakjes worden samen in een balletje gerold en met een touwtje samen gehouden. En met ijzerdraad maken ze auto’s, hele superbollides. En een oude binnenband van een fiets, daar kunnen ze lekker achterlopen.

Voor ons geldt net het tegenovergestelde: als je veel hebt, gooi je al snel iets weg. Maar bijna alles in Afrika is harde valuta. Dat geldt voor veel, maar vooral voor kleding. Als ik weer eens lente-schoonmaak in mijn beschamend volgepropte kast heb gehouden, geef ik hele dozen aan mijn askari en housegirl. Aangezien zij zelfs gescheurde T-shirts dragen naar het werk (het doet nog dienst, toch?), is elk afdankertje van mij een geschenk. Het voelt wel eens beschamend, en dan geef ik de doos liever aan de housegirl van vrienden dan aan die van mij want dan hoef ik mijn eigen rode broek uit mijn bizarre kleuren-periode niet steeds in de tuin te zien rondlopen. Het is een hersenkronkel, ik weet het.
Langs de andere kant moet ik er ook aan toevoegen dat ik niet altijd begrijp hoe ik die kleren 10 jaar in goede staat heb kunnen houden, terwijl ze bij de nachtwaker na een week ook al gescheurd zijn, net als zijn oude T-shirt dat ik zo nobel Samaritaans wou vervangen.

Tweedehandskleding is hier trouwens big business. Zo zie ik niet alleen mijn personeel maar ook elk familielid en zelfs hun buren ineens in mijn puberkleren (die ik erg ruim kocht zoals de mode dat toen voorschreef). Een moeilijk lopende oude babu (opa) wandelt met zijn stok door mijn straat met mijn trui aan. Nu is hij mijn askari vast een dienst schuldig, want die laatste heeft zijn buit gedeeld. Of heeft hij het aan hem verkocht?
De markt waarop tweedehandskleding wordt verkocht heet ‘mitumba‘ en ik moet toegeven dat ik er graag naartoe ga. Wat mensen in Amerika en Europa aan spullenhulp geven, wordt hier per baal aan de havens verkocht. De kopers mogen niet in de zak kijken om te kijken wat er precies inzit maar ze zijn gelabeld als ‘mannen-, vrouwen- of kinderkleding, schoenen, lakens’ etc. De kopers gaan daar dan mee op de lokale mitumba in hun stad staan en de inhoud wordt per stuk weer verkocht. Ik vind het op zich wel fair trade. Zeker als je ziet hoe goed die afgedankte spullen nog zijn. En weggeven is ook niet altijd alles.
Mitumba blijkt vaak nuttig. Schoenen zal ik er niet snel kopen maar soms is er bijvoorbeeld ergens een verkleedfeestje: Halloween voor de meisjes of een disco-night voor enkele volwassenen in een studentikoze bui – mitumba biedt altijd de oplossing. Zelfs de blanke prijzen (doorgaans wat hoger dan wat Afrikanen zelf betalen) liggen rond de 2 euro voor een kledingstuk.

Erger is het gesteld met echt huis-, tuin- en keuken-afval. Plastic zakjes met rottende etensresten in worden bij het doorsnee Afrikaans gezin in een gegraven kuil gedropt, die dan gewoon weer dichtgesmeten wordt. Verbranden is ook een favoriete uitkomst, maar dan ook de giftige dingen zoals autobanden. Maar het allerergste is toch als ze het gewoon over de draad keilen: het mag verder rotten op straat en de straathonden rijten de zakken nog even open om te kijken of er nog wat eetbaars in zit. Als ik met Stella ga wandelen, moet ik haar steeds van die zakken wegtrekken.
Ik zelf betaal een bedrijf dat met een truck onze zakken komt ophalen en die naar een dumping ground brengt (of dat maak ik mezelf althans wijs), het groene afval verwerkten we op de shamba tot compost. Gisteren nog gaf ik mijn kapotte bureaulamp en een oude cd-speler (voor mijn communie gekregen) aan personeel, ze hoeven er waarschijnlijk slechts een zekeringetje in te veranderen en ze verdienen een maandloon. Ik hoop het althans. Maar ook geen wonder dat ze dan denken dat blanken allemaal een geld-afhaal-automaat in hun living hebben natuurlijk.

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

Connecting to %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.