Slaap in mijn praat

Vanochtend ging ik al zingend de meisjes wakker maken “opstaan, opstaan.. zie het zonnetje buiten staan”. Het feit dat het eigenlijk wel redelijk bewolkt was en dat het zonnetje eigenlijk helemaal niet staat, mocht de pret niet bederven. Ik zing dat liedje namelijk elke morgen, want het moet en het zal verdorie plezant worden, elke dag, ELKE DAG zeg ik u! Nee serieus, ik vind dat je af en toe ook even moeite moet doen om de goedgemutstheid binnen te laten. Het is zo’n beetje als voorspel als je al te moe bent: je komt er vanzelf wel van in the mood – hoop je dan toch.. God, zei ik dat nu net luidop (schreef ik dat nu net zwart op wit)? Herinneringen aan mijn ex, waar komen die vandaan zeg.

Maar goed, ik dwaal af. Dus de ochtend en de lieve slaperige kinderkopjes van blondie en rasta (is dat kort voor “rattestaartjes? het lijkt er verdacht veel op). Axelle die lag dit keer tot mijn verbazing met haar voeten op haar hoofdkussen, ze moet al dromend een volledige slag van 180° gemaakt hebben. Wat gek dat ik me nu pas herinner dat ik dat als kind ook wel eens deed.
Dat gebeurt me trouwens wel vaker: dat mijn oogappeltje ineens ook een confrontatie met mezelf blijkt te zijn. Soms is het – bij de minder fraaie karaktereigenschappen – een eigengemaakt verdrietje.

Uit bed vallen deed ik als kind trouwens ook, vooral bij andere mensen thuis. Jesmin’s moeder legde me er steeds weer netjes in en dan vertelde me ze aan het ontbijt hoe vaak ze ‘bonk‘ had gehoord die nacht.
En ontzettend wroeten, dat deed ik ook – al denk ik dat elke groeiend kind wel gedoemd is dat te doen. Mijn mams vertelde me wel eens dat ze weer een arm of een been in haar gezicht had gekregen wanneer we weer met zoveel familieleden aan de kust waren gaan logeren dat ze verplicht was het bed met me te delen.

Praten, nog al zoiets dat ik ‘s nachts deed. Of beter: praten was iets waar ik na het sluiten van mijn ogen gewoon niet mee ophield. Ook al op één van die kustvakanties was het dat mama me vertelde dat ik vloeiend Duits had zitten spreken – omdat ik met de Duitse buurkindjes had gespeeld: Bernard en Nathalie. Ik verdenk mijn lieve moeder ervan de ‘vloeiend’ erbij verzonnen te hebben maar goed: het waren dus wel herkenbare Germaanse klanken.

Als kind was ik trouwens een super getalenteerd slaper, zelfs op de grond kon ik het als de beste. En in auto’s, talloze uren heb ik daarin geknord. Jarenlang heb ik geen idee gehad hoe de weg naar mijn grootvader zijn huis eruit zag: mijn gesnurk begon al zodra we de oprit uitreden en ik ontwaakte pas weer als mama voorzichtig fluisterde “Fieke, we zijn er”. Voor hetzelfde geld werden we helemaal naar daar getimewarped, wist ik veel.
Het gekke is, dat ik dat spijtig genoeg heb afgeleerd, dat goed slapen. Insomnia is sinds enkele jaren mijn nachtelijke compagnon, ik hield er zelfs al meer dan eens een oogontsteking aan over. Maken echt alle ouders zich zoveel zorgen? Of ben ik een geboren piekeraar? Soms helpt het om elders te gaan liggen: een logeerbed, de sofa, of zelfs omgekeerd in mijn eigen bed: geloof me, het helpt.

Dat praten, dat leerde ik dan weer niet af. Overdag niet en ‘s nachts – naar het schijnt – ook niet. Het gekke is dat Aart het ook doet. En meestal verwerken we dus onze werkdag, dat neem ik toch aan aangezien hij diesel bestelt in zijn dromen. Ja, bij ons in bed wordt er wat afgeleuterd.
En zo 🙂

  blondie en rasta

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

w

Connecting to %s