mid term break: Kenia

Aart had het ambitieuze plan om een cross country race te gaan rijden in Kenia. Ik zeg ambitieus want het was niet alleen een eind rijden, we gingen ook nog eens vrijdag vertrekken en zondag terugkomen, de kinderen meenemen én bij zijn vrienden aan Lake Naivasha gaan logeren. Ik gooide daar dan nog eens een bezoek aan het giraffe center in Nairobi bovenop.

Om vier uur ‘s morgens opstaan lijkt op voorhand altijd goede planning maar op het moment zelf altijd een dom idee natuurlijk. Maar we hadden gehoord dat de weg naar Nairobi tegenwoordig zó goed was dus Aart was helemaal van plan dezelfde vrijdag van aankomst nog een testritje op het parcours te doen. Toen dan om 6u ‘s morgens de radiator van iemand die met ons in konvooi reed, zowat ontplofte (serieus, dat ding ontplofte, nog nooit meegemaakt), bleek onze voorsprong geen overbodige luxe. Later bleek het zelfs helemaal geen voorsprong want het parcours bleek toch wel een rit van 12uur rijden verder te liggen.. Het testritje mocht Aart vergeten, de kinderen waren echt helemaal brak en we kwamen pas laat aan bij lake Naivasha, waar Annemarie en Joost wonen.

De dag erop maakte voor mij alles goed. Aart ging zijn motorbike-ding doen maar Annemarie bleek een super gastvrouw. Haar zus (tevens look-a-like) was er ook en Annemarie was eigenlijk zelf nog maar relatief vers aangekomen in Kenia dus we keken in feite alle vijf met dezelfde grote ogen naar al dat nieuws. En er was wat te zien, zeker en vast (vast en zeker voor de Nederlanders), ik vond lake Naivasha echt mooi en de hele streek aangenaam: veel groen, geen overdreven verkrachting van het landschap, veel dieren..

Tanzanianen en Kenianen hebben een beetje een haat-liefde-verhouding. Landsgrenzen spelen hier zo wie zo al minder een rol door het bestaan van stammen, en dan is er feit van de East African Union.
Maar Kenianen zijn duidelijk beter opgeleid, hun Engels is onder andere beter. Eén van de fouten van Nyerere – die hier nog steeds postuum op handen wordt gedragen – om Engels achteruit te schuiven in het voordeel van Kiswahili. Persoonlijk vind ik ook dat je meer van een soort kadastraal plan kan spreken in Kenia – al is dat misschien maar een naïef idee van mij hoor.
Maar goed, dat heeft ook allemaal een keerzijde: Kenianen zijn ook beter/slimmer in stelen, ze hebben een neerbuigende houding tegenover Tanzanianen, die op hun beurt weer bang zijn dat de goede banen in Tanzania hier ingenomen zullen worden door Kenianen.

Maar goed, ik probeerde dus te genieten van een weekend met mijn meisjes en met de zusjes uit Aart zijn vriendenkring die ik net had leren kennen, en in het licht van mijn alledaagse frustraties in Arusha, ging dat ontspannen en genieten me toch wel wonderwel af.

We maakten een ritje met een boot op het meer. Terwijl we eerst nog reikhalzend beestjes zochten (“waar zitten die hippo’s hier?”) werden we algauw vergast op hele families. De bange, overbezorgde mama in me vond ons dichtbij genoeg varen en die grote beesten keken ons opvallend intensief aan.

Wat ik ook altijd zo leuk vind aan meren is dat er overal vogels zitten: veel vogels, grote vogels. Ik vond birdwatching vroeger altijd zo’n beetje iets voor sulletjes (sorry birdwatchers) maar ik moet het toegeven: dat wordt zwaar onderschat, vogels zijn best cool 🙂 Toen onze kapitein/gids dan ook nog eens een trucje deed met een visje om een visarend te lokken, zeiden ook de meisjes in koor “wow“.

Langs de zijkant liepen ook nog reedbuck, zebra en ander wild. Na een supersnel stukje terug naar de oever, hadden we echt helemaal het safari-gevoel.

Aart kwam pas heel laat aan – nog veel meer kapot, moe, versleten dan de dag ervoor. Ieder zijn hobby.

Zondag was alweer de terugkeer gepland maar omdat we net ten Zuiden van Nairobi gingen rijden, wilde ik het giraffe center in Karen bezoeken. Met Celeste die dierenarts wil worden.. Maar een giraf is ook gewoon een raar, elegant, mooi best. De Rottschild giraf is dan nog eens een mooie versie met apart patroon die met uitsterven bedreigd wordt en daarom dus daar gekweekt wordt. Je kon die beesten daar dus niet alleen gaan bekijken maar ook voeden, aaien en zelfs kussen. Komaan, geef toe, dat zou toch op iedereen zijn bucket list moeten staan?

Ik geef eerlijk toe dat de grote mensenmassa me wat tegenstak. Die plek is natuurlijk populair en we waren er dan nog op een zondag. Er was ook maar een kleine plek waar je ze kon aanraken, voor de rest konden ze vrij en ongestoord rondlopen in een grote estate waar wij niet konden komen. Er was wel een hotel (een manor, sorry) waar je dan ‘s ochtends wel gewekt werd door een giraf die door je raam naar binnen gluurt.

Maar goed, het was ook wel echt de moeite. Zo’n beest is van dichtbij echt groot, indrukwekkend. De tong is langs boven ontzettend ruw en langs onderen slijmerig en blauw. Eens je de kaak voorbij bent en hun nek aanraakt (of die dingen op hun kop, wat is de wetenschappelijke term daarvoor??), die zijn echt zacht. Het was een unieke ervaring, het moet gezegd.

Alleen dat kussen hebben we achterwege gelaten. De moedergiraf, die was nogal gesteld op haar eten dus als je haar een halve minuut niets toestopte, werd ze ongeduldig en had ze de neiging je een kopstoot te geven. Bovendien was die tong echt slijmerig 🙂

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

w

Connecting to %s